Resultaten

Gezichtsscherpte na behandeling PRK / LASEK / LASIK

Per soort behandeling verschilt de periode waarin het gezichtsvermogen zich herstelt. Bij de laserbehandelingen is er een verschil tussen de PRK/Lasek en de LASIK-methode.

  • Bij de PRK / LASEK bestaat de eerste dagen een wazig zicht, dat na ongeveer een week tot 80% herstelt. Het verdere herstel van gezichtsvermogen kan enkele weken duren.
  • Bij de LASIK herstelt het gezichtsvermogen zich voor een groot deel binnen een dag, het verdere herstel duurt meestal een week.
  • Het herstel bij verziendheid en astigmatisme kan in de verte enkele weken duren. Bij dichtbij kijken kan met de PRK / LASEK de eerste dagen tot weken een wazig zicht bestaan (een tijdelijke leesbril kan nodig zijn).

Artisan / Artiflex / RLE / PRELEX lensimplantatie

Bij een lensimplantatie is het gezichtsvermogen binnen een dag al deels hersteld. Door de hechtingen in het wondje ontstaat soms een onregelmatigheid (astigmatisme). Dit wordt na enkele weken verholpen door de hechtingen te verwijderen. Bij een lensimplantatie is het gezichtsvermogen na de behandeling bij hogere bijziendheid zonder bril soms beter dan vooraf met bril. Dit heeft te maken met de verkleining van het beeld bij erg sterke glazen.

Bovengenoemde herstelperiodes zijn indicaties voor het gebruikelijke herstelpatroon. Het herstel van uw oog kan anders lopen. Na acht weken is de eventuele reststerkte meestal definitief vast te stellen. Een eventuele (kostenloze) nabehandeling wordt daarom dan pas verricht.

Met één behandeling haalt ruim 95% van de mensen een goede gezichtsscherpte. Hoe lager uw huidige brilsterkte, hoe groter de kans dat uw uiteindelijke sterkte precies bij de "nul" komt. Een deel van de mensen die aanvankelijk over- of ondergecorrigeerd zijn, wordt met oogdruppels of de laser bijbehandeld. Soms kan de reststerkte niet verder worden gecorrigeerd dan -1 of +1. Het gebruik van een lichte bril voor bijvoorbeeld autorijden blijft dan nodig. In zeldzame gevallen wordt na de behandeling een lagere gezichtsscherpte behaald dan die men voor behandeling met bril of contactlenzen bezat.

Leesbril

Ook na een laserbehandeling kan (vanaf het vijfenveertigste jaar) een leesbril toch nodig blijken. Dit komt omdat de afstandsaanpassing voor nabij van de ogen van 'veertigers' (en daarboven) van nature minder wordt waardoor het lezen meer moeite kost. Een laserbehandeling brengt hierin helaas geen verandering, omdat de oorzaak van dit leesongemak in de ooglens en niet in het hoornvlies is gelegen. Draagt u echter op dit moment reeds een leesbril dan kunnen de mogelijkheden van monovision worden besproken. Bij monovision wordt één oog voor het kijken veraf en één oog voor het kijken dichtbij gebruikt.

Resultaten

1 - Resultaten op termijn

Met laserbehandelingen is inmiddels wereldwijd al twintig jaar ervaring opgedaan. Het is gebleken dat het goed en stevig herstelde hoornvlies en daarmee het effect van de laserbehandeling in principe blijvend is.

Al vijftig jaar worden lensimplantaties uitgevoerd. Er bestaan geen afstotingsreacties tegen het materiaal van de lens. Dit materiaal is ondertussen verder ontwikkeld en verbeterd. Bij elke ingreep in het oog, dus ook bij de implantatie van de Artisan/ Artiflex implantlens, bestaat een statistisch licht verhoogde kans op het iets vroeger ontwikkelen van staar. Overigens hebben hoog bijziende ogen hierop sowieso een licht verhoogde kans. Er zijn met de tijd natuurlijke veranderingen van het oog mogelijk, die niet met de laser of lensimplantaten te maken hebben. Dit kan een verandering van de gezichtsscherpte geven.

2 - Bijverschijnselen en complicaties

Ondanks onze zorgvuldigheid en de technische perfectie van de laserbehandeling blijft er altijd een klein risico dat de behandeling anders verloopt dan voorzien. Dit moet u zich nadrukkelijk realiseren! Gelukkig zijn complicaties en neveneffecten zeldzaam, en ernstige complicaties zeer zeldzaam (minder dan 1 op 1000). Bijna altijd zijn deze problemen met een nabehandeling te verhelpen. In zeer zeldzame gevallen kan een verslechtering van het gezichtsvermogen optreden. Daarom is het zo belangrijk dat er vooraf heel goed wordt gekeken welke risicofactoren er bestaan en hoe deze verminderd of behandeld kunnen worden. Bij een blijvende hoornvliesbeschadiging kan een transplantatie met een donorhoornvlies nodig zijn. Blindheid als gevolg van de behandeling is vrijwel uitgesloten. Hieronder noemen we de bijverschijnselen, neveneffecten en complicaties die welliswaar niet gezichtsvermogen bedreigend zijn, veelal vanzelf verdwijnen of door nabehandeling kunnen worden verholpen, maar die toch voor kunnen komen.

  • Droge ogen en lichtgevoeligheid zijn bijwerkingen welke gedurende het genezingsproces kunnen optreden, zodat kunsttranen gedurende de eerste maanden noodzakelijk kunnen zijn. Later verdwijnen deze klachten vrijwel altijd.
  • Kringen om lampen (halo's) en het zien van schitteringen (glare) zijn verschijnselen waarmee veel harde contactlensdragers reeds bekend zijn en welke meestal verdwijnen of verminderen in de loop van de tijd. Deze verschijnselen komen vooral wanneer u grote pupillen in het donker heeft. Met de nieuwe lasergeneratie kan een behandeling zodanig worden verricht dat het voorkomen van deze klachten is afgenomen.
  • Over- of ondercorrectie kan optreden. Dit heeft veelal te maken met de genezing van het oog. Hoewel dit meestal met een vervolgbehandeling kan worden verholpen kan soms de reststerkte niet verder worden gecorrigeerd dan -1 of +1. Het gebruik van een lichte bril voor bijvoorbeeld autorijden blijft dan nodig.
  • In uitzonderlijke gevallen (minder dan 0,1 %) kan een infectie optreden. Bij tijdige ontdekking kunnen infecties meestal goed worden behandeld.

3 - Resultaten Rijnzicht Oogkliniek

Rijnzicht Oogkliniek houdt zowel de technische follow-up gegevens als de klanttevredenheid van de uitgevoerde behandelingen bij. De resultaten worden jaarlijks verwerkt. Dit gebeurt in de zomer van het opvolgende jaar omdat dan van alle behandelingen de drie- en zesmaands resultaten beschikbaar zijn. Uiteraard wordt tussentijds ook gekeken naar de behandelresultaten. Het vastleggen van technische follow-up gegevens van de behandelingen gebeurt middels een protocollair opgesteld complicatie- en registratiesysteem.

In de periode 2004-2008 zagen we een voorspelbaarheid (predictability) van 94%
tussen de S+0,5 en S-0,5 zowel bij de PRK/Lasek als bij de LASIK. De voorspelbaarheid is >98% tussen de S+1 en S-1. Bij de lensimplantaties zagen we in deze periode een voorspelbaarheid is 95 % tussen de S+1 en S-1.

Landelijke norm: 75% tussen S+1 en S-1 betekent een goede voorspelbaarheid.

Er werden in de periode 2004-2008 < 1% aanvullende behandelingen verricht.

In de periode 2004-2008 zagen we bij alle behandelingen dat voor de veiligheid (safety) geldt dat slechts bij <0,5% van de behandelingen een gezichtsscherpteverlies (visusverlies) van 2 of meer regels op de Schnellenkaart is opgetreden.

Landelijke norm: Veiligheid bestaat wanneer bij <5% van de behandelingen een visusverlies van 2 of meer regels op de Schnellenkaart wordt gezien.

Onverwachte, ongeplande voorvallen, neveneffecten en complicaties zijn een aantal keren opgetreden. Hierop werd adequaat gereageerd. Serieuze complicaties met blijvend verlies van gezichtsscherpte kwamen niet voor.